Zeg Roodkapje, waar gaat gij henen?

Ver van regen en ander werelds geweld kwamen 9 steunpilaren van de maatschappij vandaag bijeen voor iets met dobbelstenen, drank, en awel, plastieken en soms wat tinnen mennekes. Enkele van onze andere steunpilaren hadden afgezegd, hingen een keer rond bij BOD of bij moeder de vrouw. Nieuw was Patrick uit Almere (foto boven, midden) die meteen enthousiast meedeed met Imperial Assault. Net als ondergetekende overigens. Ik heb met Patrick nog een spel DBA overwogen maar met een grote tafel Imperial Assault spelen is eigenlijk veel leuker dan 1vs1 DBA en 1vs2 Starwars. The bigger the better!

Het draaide in bovenstaande missie om een meisje met een rood hoofddoekje (r), dat van haar Darth Vader het huis niet uit mocht. Verder waren er nog een wolf (l), een kapstok en een roetpiet, en gingen ze allemaal vechten op het eind. Op het eind wonnen de roodkapjes en niet Chewbacca met zijn rebellenvrienden. Jurriaan heeft mooi geschilderde miniaturen.

Ik twijfelde of deze missie wel in balans was. We deden eerst een submissie omdat die binnen vier beurten gehaald moest worden, en probeerden daarna de hoofdmissie 15 vakjes verder. Met als resultaat dat we direct na het voltooien van de submissie in een hinderlaag vielen. Knokken hielp niet omdat alle uitgeschakelde tegenstanders direct weer vervangen konden worden door frisse nieuwe tegenstanders, die meteen ons konden treffen. 

Volgens Jurriaan en Chris is het echter een goed gebalanceerd spel en hadden we gevechten meer uit de weg moeten gaan. Rennen, deur opendoen, verder rennen, nog een deur en naar buiten rennen. Als een heel kort ingehuurde uitzendkracht, eigenlijk. Enfin, soms zit het mee, soms zit het tegen.

Heren Maarten en Rob deden Frostgrave,

'Handen omhoog of ik schiet'. Frostgrave is een fantasy-western, en dat maakt het erg leuk.

Jasper, hier met zijn nieuwe korte haar, dronk zijn zoveelste rode wijn speelde na lange tijd weer een Saga.

Zijn tegenstander was Mark N, die voor geen prijs op de foto wilde.

Dus hier is hij dan, maar uitgegumd. Tot de volgende keer, Mark!